Tweeëntwintig is hij pas, Marcus King uit Greenville, South Carolina. Maar al wel een zeer prominent fakkeldrager van de southern rock. Oude ziel, strot vol soul. En een virtuoos op zijn gitaar. Een Gibson 345 uit 1962, die ooit in het bezit was van zijn opa. Het muzikantenbloed stroomt de familie King immers al vier generaties door de aderen. Bij de jonge Marcus, bijgestaan door een stuwende, vijf man sterke begeleidingsband, resulteert dat in zinderende bluesrock met blazers. Opzwepend en psychedelisch, zoals ze die alleen in het zuiden van de VS kunnen maken.